Groninger Mozart Ensemble

Concertagenda


Najaarsconcerten 2010

Vrijdag 26 november Nieuwe Kerk, Groningen

Zaterdag 27 november, Josefkerk, Assen

Zondag 28 november, nader te bepalen

 

programma

Ives - The unanswered question

Bartók - Altvioolconcert  soliste: Esther Apituley

Puccini - Messa di Gloria

..................................................................................................

Bartók’s laatste werk

In 1944 kreeg Béla Bartók van violist William Primrose de opdracht om een Altvioolconcert te schrijven. In july – augustus 1945 begon hij met het werk in de plaats Saranac Lake, New York. Op dat moment leed Bartók aan leukemie in een terminale fase. Samen met het derde Pianoconcert is het altvioolconcert zijn laatste werk. Hij liet het onvoltooid achter. Primrose moest tot 1949 wachten totdat Bartók’s leerling Tibor Serly het voltooide.
Later zijn nog twee andere versies ontstaan. Wij spelen de versie uit 1949 van Tibor Serly.

Esther Apituley, soliste in het Altvioolconcert van Béla Bartók

Esther Apituley werd geboren in Amsterdam. Op twaalfjarige leeftijd begon zij op de viool en vrij snel daarna stapte zij over op de altviool. Ze deed eindexamen bij Misha Geller aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam en volgde lessen bij Bruno Giuranna aan de Hochschule Für Musik in Berlijn. Gedurende de eerste jaren van haar studie was Esther Apituley als zangeres en saxofoniste ook zeer actief op het gebied van de lichte muziek. Momenteel is Esther Apituley hoofdvakdocente aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam. Ze bespeelt een voor haar gebouwde altviool van Bolink.
Vanaf 1990 begon Esther Apituley zich te profileren als soliste. In dat jaar gaf zij haar eerste recital in het Concertgebouw. Vele optredens volgden. Haar spel werd met veel enthousiasme ontvangen en daarmee weerlegde ze het overheersende beeld van de altviool als dienende middenstem.
Esther Apituley was onder andere soliste bij het Nationaal Ballet Orkest, Noord Hollands Philarmonisch, etropole orkest en het Radio Kamerorkest. Zij vertolkte de altvioolconcerten van Berlioz, Bartòk en Chiel Meijering, symfonie concertante van Mozart en Lachrymae van Britten.
In de loop der jaren heeft Esther Apituley met verschillende kamermuziekensembles en dans- en theatergroepen samengewerkt waaronder het Borodin kwartet, het Colarado-kwartet, Dansgroep Krisztina de Châtel en vele andere ensembles.
Esther Apituley was initiatiefnemer van het project Microkosmos naar muziek van Béla Bartòk, een concert met visuele elementen van Jeroen Henneman. Deze voorstelling, waaraan onder andere Ernst Glerum (contrabas) en Hans Hasebos (marimba) meewerkten, heeft reeds veel succes geoogst. De NPS heeft Microkosmos als serie uitgezonden.
In 2000 heeft Esther Apituley het televisieprogramma ’Reiziger in Muziek’ gepresenteerd en in dat jaar zat zij ook in de jury van de NPS Cultuurprijs. Hierna had Apituley een succesvolle concertserie onder de naam ’De Dans van de Altviool’ in Felix Meritis. Daarnaast speelde zij voor diverse speciale gelegenheden zoals de Nacht van de poëzie in Vredenburg.
Een aantal jaren geleden heeft Esther Apituley het Amsterdam Viola Quartet opgericht. Een kwartet bestaande uit vier altviolen. Op het repertoire staan klassieke, maar ook hiphop- en tangomuziek. Met het Amsterdam Viola Quartet proberen zij de traditionele sfeer te doorbreken door middel van een bijzondere presentatie. Met veel succes treden zij nu in binnen en buitenland op, onder andere samen met de tapdanser Peter Kuit. In 2004 heeft het kwartet een dertig tal concerten gegeven, samen met acteur Hans Dagelet in de Hydropathen.
Esther Apituley treedt regelmatig op in het buitenland. Met de serie ’De Dans van de Altviool’ is zij o.a. in Japan, Spanje, Duitsland geweest. Met het Amsterdam Viola Quartet speelde zij in Marokko, Praag en Cyprus.
In 2005 is haar eerste cd ’Violent Viola’ uitgekomen met zeer lovende recensies in alle kranten. In oktober 2006 is haar tweede cd Viola Voila verschenen, uitgebracht met haar vaste begeleidster Rie Tanaka.


De Messa di Gloria van Puccini

Giacomo Puccini’s Messa of Messa a quattro voci (tegenwoordig vooral bekend onder de naam Messa di Gloria) is een mis gecomponeerd voor orkest en koor met tenor- en baritonsolisten. Strikt bekeken is het stuk een complete mis en geen Messa di Gloria.

Puccini componeerde de Messa als afstudeerproject aan het Istituto Musicale Pacini. De eerste opvoering vond plaats in Lucca op 12 juli 1880. Het Credo was al geschreven en opgevoerd in 1878 en was door Puccini oorspronkelijk bedoeld als een op zichzelf staand werk. Puccini publiceerde nooit het complete manuscript van de Messa, en hoewel het werk goed ontvangen werd bij de eerste uitvoering werd het tot in 1952 niet meer uitgevoerd.

Op het einde van de Tweede Wereldoorlog verwierf Broeder Dante Del Fiorentino een oude kopie van het manuscript van de Vandini-familie in Lucca. Hij dacht dat het om het origineel ging. Het originele manuscript zelf, in het bezit van de familie Puccini, werd door zijn schoondochter aan Ricordi, Puccini’s uitgever geschonken. Hierop volgde een geschil om de rechten, dat uiteindelijk werd opgelost door het verdelen van de rechten tussen Ricordi en Mills Music (de uitgevers van het Fiorentino-manuscript).

De Messa is geschreven voor groot koor en orkest en solisten (tenor en bariton). Puccini hanteert traditionele technieken als fuga en contrapunt en mengt die met melodische inventiviteit tot ware hoogtepunten. Net zoals bij Verdi is de tekst die van de onwrikbare Latijnse mis, maar de effecten zijn dramatisch en het doel is emotie. We kunnen genieten van ogenblikken van uiterste schoonheid in Qui tollis peccata mundi en emotie in Et incarnatus est in het Credo. Dramatiek horen we in het koor Et resurrexit. Soms zingt het koor een messcherp unisono, dan weer weven meerstemmige partijen uit koor en orkest samen complexe klankweefsels zoals in het Domine Deus rex coelestis.

Het uitbundige Gloria neemt het overgrote deel van de duur van het werk in beslag en aan dit gegeven dankt de mis sinds haar herontdekking dan ook haar naam ‘Messa di Gloria’.

De componeerstijl is in vergelijking met de latere werken van Puccini nog zeer traditioneel, hoewel hier en daar de toekomstige operacomponist al van zich laat spreken. Indrukwekkend is de koorfuga Cum sancto spiritu waar het Gloria mee afsluit.

Daarmee is dit jeugdwerk van Puccini meer dan alleen een vingeroefening van een jong compositietalent. Het is een op zichzelf staand meesterwerk dat de luisteraar raakt en emotioneert.